Uitpers nummer 132

Dier, bovendier


door Walter Lotens

Frank Westerman, Dier,bovendier, Atlas, Amsterdam/Antwerpen, 2010, 285 blz., ISBN 9789045064499

‘Dier, bovendier is faction, een intellectuele queeste op hoog niveau. Ik vind het alleen wat jammer dat de uitgever het nodig vond om de naam van de auteur in grotere letters op de cover te plaatsen dan de titel van het boek. Op die manier dreigt Frank Westerman, zoals de lipizzaners een prijsdier van zijn uitgever te worden. Om als auteur behoorlijk van te stijgeren.

 

De brug over de Tara, Srebrenica, het zwartste scenario, De graanrepubliek, Ingenieurs van de ziel, El negro en Ik en Ararat. Dat zijn de boeken die Frank Westerman tussen 1994 en 2007 schreef. Alleen al aan de titels kun je afleiden dat deze Nederlandse journalist ex-Joegoslavië en Rusland (Ingenieurs van de ziel) zijn blik naar Oost-Europa - en nog verder - heeft gericht. Belgrado en later Moskou zijn dan ook de standplaatsen geweest van de voormalige correspondent voor de Volkskrant en voor NRC Handelsblad. Intussen is Westerman geen gewone correspondent meer, maar fulltime schrijver geworden die hoge ogen gooit in het genre van wat tegenwoordig literaire non-fictie wordt genoemd. Hij is intussen niet alleen bekend in het Nederlandstalige gebied, maar ook in het buitenland.

Na Ararat (zie Uitpers nr 94) dat zich afspeelt op het breukvlak van godsdienst en wetenschap, mythologie en geologie verschenen er prompt Duitse, Spaanse en Engelse vertalingen, terwijl een Franse, Poolse, Italiaanse en Kroatische uitgave in voorbereiding zijn. 'Ararat' heeft shortlists gehaald van de AKO-literatuurprijs 2007, de Euraka-prijs voor het beste wetenschapsboek, de Bob den Uyl-prijs voor reisliteratuur, en is in het buitenland genomineerd voor de internationale Boardman Taskerprize voor bergliteratuur en de Poolse Kapuscinski-prijs voor literaire reportage. Vooral deze laatste is geen geringe onderscheiding en ik kan me voorstellen dat Westerman verguld was met deze onderscheiding genoemd naar de Poolse grootmeester van de literaire non-fictie.

Lipizzaners

Ook nu weer balanceert Westerman op het snijvlak van verschillende disciplines: geschiedenis, paardenfokkerij, ethologie, eugenetica, epigenetica, darwinisme, nazisme, stalinisme en – natuurlijk – journalistiek. Het is zeker niet toevallig dat de auteur opent met een stamboom van Conversano, het lipizzaner stamvaderpaard uit 1767 uit Lipica, een stoeterij toen van het Koninkrijk Napels in de buurt van Triëst. Vervolgens komen er schetsen van de deportaties, evacuaties en vluchtwegen van lipizzaners over de grote slagvelden van Europa. Daarmee is de toon gezet van dit boek. ‘Als je een lipizzaner aanraakt,’ zei de Nederlandse rijschoolhouder Piet ooit tegen de jonge Frank Westerman, ‘raak je geschiedenis aan.’ Even verder schrijft Westerman over de kraanvogelpoot van Piets lipizzaner Primula - de vertakking van de poot van kraanvogel leek op een stamboom: ‘Zijn herkomst terug in de tijd ging hink-stap-sprong door de twintigste eeuw: volgde je de sporten van de verschillende generaties vader- en moederdieren dan daalde je vanzelf af in de krochten van de Midden-Europese geschiedenis.’ (p. 58) Anders gezegd: in zijn intellectuele queeste naar de historische en geografische wederwaardigheden maakt Westerman van het veredelde lipizzanerras het onbetwistbare hoofdpersonage van zijn boek. Wanneer hij in het Berlijnse filmarchief een documentaire uit 1939 Die Spanische Hofreitschule zur Wien visioneert en naar de elegantie van de lipizzaner Conversano Savona (1925-1953) kijkt, denkt hij:’Achtentwintig was hij, en nog altijd temperamentvol. Zijn hogeschoolcarričre was hij begonnen voor de glorie van de keizer, daarna had hij – van zijn zevende tot zijn zevenentwintigste – opgetreden voor de republiek en nu – op zijn oude dag – betuigde hij haast speels en onwetend zijn gehoorzaamheid aan het Duizendjarig Rijk.’ (p. 106)

Auschwitz als stoeterij

Wat fascineert Frank Westerman nu zo aan die lipizzaners en wat wilde hij te weten komen? ‘Ik wilde datgene dat de mens in de loop van de geschiedenis aan het paard had toegevoegd losweken, afstropen en tegen het licht houden. Het kon niet anders of dat gaf een scherper zicht op het naakte dier, homo sapiens’ (p. 53). Het paard dus als speelbal van de mens en zijn vaak zeer vreemde bedoelingen. Op zijn vele excursies in Duitsland en Centraal-Europa naar de lipizzaners reconstrueert Westerman ook een aantal minder fraaie bladzijden van de twintigste-eeuwse geschiedenis. Zo ontdekt hij dat onder de rook van de crematieovens aan rasveredeling gedaan werd. ‘Generalplan Ost was de etnische schoonmaak en kolonisatie van een half continent, het vermeend inferieure materiaal werd vervangen door het vermeend superieure. In Auschwitz kwam dat samen, daar waren minderwaardig geachte menssoorten, voor ze verdelgd werden, eerst nog ingezet bij het veredelen van paarden.’ (p. 149). Lipizzaners, jawel. En zo komt de titel van het boek Dier, bovendier in beeld.‘De lipizzanerfok was als een spiegel van de geboortehuizen van Himmler’. (p. 176)

Mendel tegen Lamarck

Volgens Westerman maakte het nazisme daarbij op een wel zeer eigen manier misbruik van de genetische inzichten die de monnik Mendel zich had verworven. Volgens de NSDAP was de taak van het Duitse volk gelijk aan die van de planten- en veeteler: ‘Bevordering van het bruikbare, terugdringen van het ongewenste’.

Wetenschap werd niet alleen door het nazisme misbruikt. Ook het stalinisme deed mee aan diezelfde volksverlakkerij zoals in de vertellingen over Mendel en de Sovjetbioloog Lysenko, die de politieke idealen van het communisme op succesvolle maar zeer onwetenschappelijke wijze op de biologische opvattingen over erfelijkheid wisten te projecteren. Darwin en Mendel aan zijn laars lappend propageerde deze Lysenko de neo-lamarckiaanse opvatting dat de omgeving tijdens het leven invloed uitoefent op de genen. Het is voor communisten immers ondenkbaar dat er tussen leden van dezelfde soort concurrentie plaatsvindt. Of zoals Lysenko onderwees: ‘Wolven eten konijnen, maar konijnen eten elkaar niet op. Die eten gras.’ Voor de Sovjetpraktijk adviseerde Lysenko zodoende bij bosbouw de jonge boompjes dicht op elkaar te planten, om hen zo het ‘samen sterk’-gevoel te doen ontwikkelen. ‘De sovjets ontpopten zich tot overtuigde behavioristen, die alle gedrag toeschreven aan (beďnvloedbare) leerprocessen – vandaar ook hun geloof in het heropvoedingskamp.’ (p. 220)

Nature-nurture

Het thema dat via de lipizzaners voortdurend aanwezig is in heel het boek is de nature-nurture discussie. Wat is bepalend om verschillen tussen mensen (en dieren) te verklaren? De omgeving (nurture) of de erfelijke verschillen (nature)? Als de balans doorslaat naar een van beide en ideologisch wordt uitgespeeld kom je in nazistisch of stalinistisch vaarwater terecht. Westerman besluit dat nature en nurture op een complexe manier met elkaar verbonden zijn. Hij zegt dat de ‘achtste scheppingsdag’ allang is aangebroken. Daarvoor verwijst hij naar proeven met moedermuizen die een bepaalde geheugentraining hebben ondergaan. Ze blijken die aangeleerde vaardigheden zonder mankeren te kunnen doorgeven aan hun nageslacht: prikkelingen van buitenaf zijn in staat om bepaalde genen ‘aan’ en ‘uit’ te zetten. ‘Met andere woorden: Lysenko en Lamarck hebben - tot op zeker hoogte – tóch gelijk. Hun centrale stelling dat verworven eigenschappen overerfbaar zijn, behoort inmiddels tot het onderzoeksterrein van een nieuwe wetenschapstak (de epigenetica) die voortgang boekt op uitgerekend het snijvlak van de biologieopvattingen van Hitler en die van Stalin.’ (p. 249)

Snijvlakken, daar gaat het voortdurend om bij Westerman. Ook wanneer hij eindigt met het verhaal van de Servische stalmeester van lipizzaners Mile Komasovic. In de jaren negentig vluchtte hij, uit liefde voor de paarden, met een kudde lipizzaners uit Lipic. Hij vond onderdak in Servië maar na de oorlog eiste Kroatië haar verwaarloosde lipizzaners terug op. De overlevende paarden kwamen terug naar Lipic en de oude Mile kwam stiekem mee als stalknecht. Westerman moest het stil houden: een Serviër die Kroatische paarden verzorgde, dat kon toch niet volgens zijn Kroatische zegslui. Dat was meer dan een snijvlak, dat was grensoverschrijdend.

Intellectuele queeste

Dier, bovendier is een intellectuele queeste, maar het boek kan ook gelezen worden als het relaas van een Nederlandse Indiana Jones zonder zweep en branie, maar met een scherpe pen en een grote dosis nieuwsgierigheid. Je leest Westerman niet alleen om de nature-nurture controverse beter te begrijpen, maar ook om zinnen te lezen als:’Wenen, het woord alleen al, wekte bij mij de stemming op van zondagmiddagvisites bij oudtantes, waar verveling zich in gelijke delen mengde met sigarenrook.’ (p. 40) of om nevenfiguren te ontmoeten zoals de tolk Martina die trekken vertoont van Lisbeth Salander uit de Millenniumtrilogie (‘Nu ze een heuse universitaire aanstelling had, droeg ze niet minder maar meer piercings – en ook nog wat tattoos die ze had laten plaatsen in een Praags undergroundhol’) (p. 228)

Westermans manier van werken is bekend: je bedenkt een thema (en eventueel enkele subthema’s), je werkt je in de materie in, vervolgens ga je op pad, je reist als het moet heel de aardbol af, je schrijft je vervolgens zelf in het verhaal en dat alles doe je met de nodige literaire puntigheid. Het recept lijkt vrij eenvoudig, maar zonder de alchemie van Westerman lukt het niet. Dat is zijn visitekaartje. Misschien wordt Westermans manier van werken op dit ogenblik nog het dichtst benaderd door David Van Reybroeck die met zijn Congo, een geschiedenis bekroond werd met de AKO-literatuurprijs. Vlaams Minister Schauvliege merkte zeer terecht op dat Van Reybroeck een uitzonderlijke talent heeft om een wetenschappelijke analyse te mengen met een meeslepende verhaaltrant. Dat heeft Frank Westerman zeker ook en al veel langer dan vandaag en dat bewijst hij nogmaals met Dier, bovendier. Dit is faction, een intellectuele queeste op hoog niveau. Ik vind het alleen wat jammer dat de uitgever het nodig vond om de naam van de auteur in grotere letters op de cover te plaatsen dan de titel van het boek. Op die manier dreigt Frank Westerman, zoals de lipizzaners een prijsdier van zijn uitgever te worden. Om als auteur behoorlijk van te stijgeren.

(Uitpers nr. 132, 12de jg., juni 2011)

Mail dit artikel door naar uw vriend(en)Mail dit artikel door naar uw vriend(en)

Print dit artikelPrint dit artikel

Facebook

S N E L I N D E X

Uitpers nr. 132


Copyright (C) 1999 - 2019. All rights reserved. Voor overname artikels of informatie: Contacteer de redactie