Uitpers nummer 75

Israël bezet, Palestijnen worden gestraft


door Ludo De Brabander

Dat de Palestijnse bevolking Hamas aan een overweldigende kieszege heeft geholpen en daarmee een organisatie regeringsmacht heeft gegeven die in Europa en de VS op de terroristenlijst staat, blijft voor verhitte reacties zorgen. De Europese Unie besliste begin april om de financiŽle steun aan de Palestijnen van naar schatting 600 miljoen Euro per jaar, op te schorten.

Eerder deden de Verenigde Staten en Canada al hetzelfde. IsraŽl besliste op zijn beurt om alle geÔnde belastingsgelden die aan de Palestijnse Autoriteit toekomen niet langer door te storten. De achterliggende boodschap bij dit alles is niet mis te verstaan: de Palestijnen hadden hun democratisch recht wat beter moeten afstemmen op de wensen van hun broodheren.

President Bush had tot voor kort de mond vol over de noodzaak tot meer democratie in het Midden-Oosten. Hij weet nu wel beter. Iedere waarnemer is het er over eens dat de Palestijnse verkiezingen perfect verlopen zijn. Zonder de IsraŽlische bezetting vormden ze zonder meer een voorbeeld voor de Arabische wereld. Maar de realiteit is dat echte democratie in het Midden-Oosten alle opgekropte woede over de Westerse dubbele matenpolitiek, de bevriende, dikwijls autocratische regimes als dominostenen zal doen vallen. De radicale Ahmadinejad won ook al enigszins onverwacht de Iraanse presidentsverkiezingen en bezorgt het Westen zware hoofdbrekens. En in andere landen zoals Egypte of Saudi-ArabiŽ zouden echte vrije verkiezingen al even antiwesterse regimes in het zadel helpen.

De EU eist dat Hamas de staat IsraŽl erkent, verzaakt aan het geweld en de reeds afgesloten akkoorden met IsraŽl respecteert. De staat IsraŽl erkennen is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Arafat deed een poging, evenals Abbas, maar het leidde niet tot het stillen van IsraŽls landhonger. Arafat was al gauw Ďirrelevantí en Mahmoud Abbas werd aan het lijntje gehouden. Hun onmacht heeft de Palestijnen naar Hamas gedreven.

Welke IsraŽlische staat?

Opeenvolgende IsraŽlische regeringen zijn trouwens nooit duidelijk geweest over de grootte van het grondgebied waarop hun land zich uitstrekt en dus wat in hun ogen juist moet erkend worden. Resolutie 181 van de Verenigde Naties, toen Palestina werd opgedeeld in een joods en een iets kleiner Palestijns deel, werd officieel aanvaard door de zionisten, maar is na veroveringen naar de geschiedenisboeken verwezen. De groene demarcatielijn die een gevolg was van het wapenbestand in 1949 dreigt dat nu ook te worden, maar blijft wel het internationale referentiepunt. Toen Ben Goerion, de latere eerste premier, de onafhankelijkheidsverklaring uitsprak op 14 mei 1948 liet deze na de grenzen van IsraŽl te definiŽren. Dat was geen toeval, want dat hield de deur open voor nieuwe toekomstige gebiedsuitbreidingen. Voor een natie die zich razendsnel ontwikkelde tot een te duchten militaire macht, was het bijna een koud kunstje om na de zesdaagse oorlog van 1967 onmiddellijk te starten met de bouw van kolonies op de Westelijke Jordaanoever, tegen de wil van de Arabische buurlanden en de Verenigde Naties in. De VN-veiligheidsraad vroeg met resolutie 242 de terugtrekking van de IsraŽlische troepen achter de groene lijn. Maar al direct na de zesdaagse oorlog, op 26 juli, presenteerde Defensieminister Yigal Allon het IsraŽlische kabinet een plan dat naar hem vernoemd werd. Volgens het plan zou een brede strook langs de Jordaan bij IsraŽl worden gevoegd, alsook de hele regio rond Jeruzalem. Dat gebied moest intensief gekoloniseerd worden met joodse kolonisten, zo klonk het. Wat overbleef, een eiland in het noorden en een eiland in het zuiden van de Westelijke Jordaanoever, beide dichtbevolkte Palestijnse gebieden en dus niet annexeerbaar, moest een autonome Palestijnse status krijgen. Hoewel het plan niet formeel werd goedgekeurd zou IsraŽl tijdens de Oslo-episode, zeker onder premier Ehud Barak, steeds dit Allon-plan in het achterhoofd houden. De onderhandelingen waren dan ook op voorhand tot mislukken gedoemd omdat IsraŽl de groene demarcatielijn niet als grens wilde erkennen.

Olmerts annexatieplannen

Als het van premier Olmert afhangt dan komt er aan die onduidelijkheid een einde. Olmert is naar de verkiezingen getrokken met een plan om de grenzen van IsraŽl eindelijk vast te leggen. Onlangs gaf hij te kennen dat hij dat wil doen nog voor de volgende Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2008 of 60 jaar na het ontstaan van IsraŽl. Het oude Allon-plan heeft ook hem geÔnspireerd. Olmert heeft laten verstaan dat de grenzen het traject van de muur zullen volgen, hoewel deze op tal van plaatsen diep in Palestijns gebied snijdt. De meeste van de bijna 500.000 kolonisten Ė deze in Oost-Jeruzalem meegeteld - wil hij aan de IsraŽlische kant. Ook de strategisch belangrijke Jordaanvallei moet naar IsraŽl, alles samen goed voor een inlijving van rond de 50 procent van het Palestijnse grondgebied. De IsraŽlische premier zal kort na de vorming van zijn nieuwe regering meteen naar Washington trekken Ė voorzien voor eind mei - om o.m. goedkeuring te vragen voor dit plan, iets waar hij waarschijnlijk niet eens veel moeite zal voor moeten doen.

De Arabische zender Al-Jazeera citeerde midden april bronnen Ďuit de buurt van Ismail Haniyaí, de Palestijnse eerste minister, dat hij bereid zou zijn om IsraŽl te erkennen op voorwaarde dat IsraŽl zich volledig terugtrekt uit de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem en Gaza. Daarmee zou Hamas een behoorlijke politieke koerswijziging hebben ingezet, want dat betekent defacto het aanvaarden van resolutie 242. Of hij gezwicht is voor de internationale druk is niet duidelijk. Maar het omgekeerde, de erkenning door IsraŽl van een Palestijnse staat op het volledige grondgebied achter de groene lijn is een heel andere zaak. Olmerts plan staat daar mijlenver vanaf en noch Europa, noch de VS lijken daar echt problemen van te maken. In elk geval hebben Brussel, noch Washington protesten geformuleerd op Olmerts ĎConvergentieplaní, zoals zijn annexatieplan sinds de onderhandelingen voor een nieuwe regering wordt genoemd. Het contrast met de enorme Westerse verontwaardiging over Hamas, kan niet scherper.

De Europese regeringen hebben nochtans verschillende VN-resoluties gestemd of gesteund die stellen dat de IsraŽlische kolonisatie- en annexatiepolitiek niet kan. Amper twee jaar geleden heeft het Internationaal Gerechtshof geoordeeld dat het traject van de muur een vergrijp vormt tegen het internationaal recht. Dit vonnis is door de Europese Unie mee bevestigd in een VN-resolutie van de Algemene Vergadering. Dat vraagt IsraŽl om te stoppen met de bouw van de muur en de gebouwde delen op Palestijns gebied af te breken. Maar politieke of economische druk ontbreekt, wel integendeel. Volgens het jongste verslag in uitvoering van de Europese Gedragscode Wapenhandel zijn er in 2004 voor 240 miljoen Euro licenties afgegeven voor wapens richting IsraŽl. (1) Dat is dan nog klein grut in vergelijking met de immense militaire steun die het land ontvangt vanuit de Verenigde Staten. Meer aanmoediging om de ingeslagen weg verder te zetten heeft de IsraŽlische regering niet nodig.

Terwijl verschillende Europese landen wapens leveren aan Tel Aviv, wil de Europese Unie dat Hamas verzaakt aan het geweld, een eis die nog nooit met zoveel nadruk aan het IsraŽlisch bezettingsleger is gesteld. Volgens de IsraŽlische mensenrechtenorganisatie Betselem is het aantal doden sinds het uitbreken van de tweede Intifada aan Palestijnse kant nochtans drie keer hoger dan aan IsraŽlische zijde. Onder de slachtoffers zijn er 593 minderjarige Palestijnen, die bezwaarlijk als Ďterroristení kunnen worden bestempeld. Vragen aan de Palestijnen om het geweld te stoppen en te ontwapenen klinken weinig ernstig uit de mond van een continent dat tot vandaag het ĎheroÔscheí verzet tegen de Duitse bezetter eert en viert, in een oorlog bovendien waar burgers aan beide zijden niet werden ontzien. Toch heeft Brussel er niet lang over gedaan om de geldkraan richting Palestijnse Autoriteit dicht te draaien.

Voor de Palestijnen kon het moment niet slechter gekozen worden, want op hetzelfde ogenblik viel de compleet verarmde en chaotische Gazastrook ten prooi aan een dagenlange IsraŽlische bombardementencampagne met als balans 16 doden en 77 gewonden onder wie een aantal kinderen. De internationale organisatie Mťdecins du Monde telde 2500 granaatinslagen maar Brussel bleef er doof voor. IsraŽl reageerde weliswaar op het afvuren van raketten door Palestijnse militanten, maar dan op een buitenproportionele manier. In de Veiligheidsraad botste een resolutie die IsraŽl vroeg zich in te tomen op een veto door de VS. Dat gebeurt systematisch. In oktober 2004 hielden de VS eveneens een resolutie tegen die vroeg om een militaire operatie in de Gaza die 75 doden had gemaakt te stoppen. De Europese leden van de Veiligheidsraad (Groot-BrittanniŽ, Duitsland en RoemeniŽ) onthielden zich.

NGOís en internationale instellingen reageren scherp

De Europese beslissing om de financiŽle steun aan de Palestijnse Autoriteit op te schorten krijgt ondertussen uit diverse hoeken stevige kritiek. Mťdecins du Monde toont zich Ďextreem bezorgdí en vreest dat de beslissing de hele gezondheidsstructuur verder zal ondermijnen.(2) De organisatie "veroordeelt streng het excessief gebruik van geweld door het IsraŽlische leger tegen de burgerbevolking, evenals de beslissing van de internationale donors om de betalingen en hulp te bevriezen wat een collectieve straf betekent". Ook Amnesty International "toont zich bezorgd dat de recente beslissingen van de Europese Unie en de Verenigde Staten om de hulp aan de Palestijnse Autoriteit op te schorten ernstige consequenties zou kunnen hebben op vlak van gezondheid, onderwijs en andere economische en sociale rechten van Palestijnen die onder IsraŽlische bezetting leven." (3) Amnesty citeert een recente studie van de Wereldbank die stelt dat de al zwaar getroffen Palestijnse economie als gevolg van de stopzetting van de hulp met 27 procent zou kunnen krimpen tegen eind 2006. Deze ramp komt bovenop "IsraŽls strakke restricties op de verplaatsing van mensen en goederen binnen en tussen de bezette gebieden als de belangrijkste oorzaak van de steile klim in Palestijnse werkloosheid en armoede in de laatste jaren" aldus Amnesty nog. Het Internationale Rode Kruis formuleert dezelfde bezorgdheden.(4) De organisatie vreest een mogelijke crisis zowel op humanitair als veiligheidsvlak indien de nieuw verkozen Palestijnse Autoriteit niet in staat zou zijn om de bevolking van basisdiensten te voorzien en om wet en orde te handhaven. "Deze situatie zou in het bijzonder het gevolg kunnen zijn van de beslissing om de fondsen en hulp aan de Palestijnse Autoriteit in te houden". Ook het bureau voor de CoŲrdinatie van Humanitaire zaken van de Verenigde Naties (OCHA), schetst een rampscenario indien de hulp aan de Palestijnse Autoriteit uitblijft.(5) Het Internationale Rode Kruis voegt er aan toe dat men zich "geen illusies moet maken dat humanitaire organisaties in staat zijn om de Palestijnse Autoriteit te vervangen in zijn rol van publieke dienstverlening". In een open brief dringt Oxfam Internationaal er dan ook op aan "de financiŽle steun aan de Palestijnse Autoriteit niet stop te zetten" en vraagt de internationale organisatie "de diplomatieke inspanningen te verdubbelen, om tegemoet te komen aan de humanitaire situatie en zo de bevolking te beschermen."(6)

Een breed platform van Palestijnse organisaties voelt zich direct geviseerd en "veroordeelt ten zeerste deze willekeurige maatregelen gericht tegen het Palestijnse volk". Het stelt dat de internationale gemeenschap de kiesresultaten moet erkennen en respecteren.(7) "De keuze voor politieke verandering is een intern Palestijns probleem en elke poging om het proces en de resultaten te beÔnvloeden is onaanvaardbaar en wordt categorisch verworpen door de Palestijnse samenleving en onze organisaties en instellingen." De Palestijnse NGOís zien in het stopzetten van de financiŽle hulp een "boycotoorlog tegen de Palestijnse samenleving waarvoor er geen enkele wettelijk verantwoording is". En even hard klinkt het: "De inspanningen die enkele internationale instellingen leveren om Palestijnse NGOís te gebruiken om hun politieke agenda door te drukken en zo de Palestijnse Autoriteit te omzeilen, worden resoluut verworpen. We verzekeren ons respect ten aanzien van het Palestijnse recht, van de onafhankelijkheid van onze civiele instellingen en we bevestigen ons engagement ten aanzien van de Palestijnse nationale agenda."

Vooralsnog vindt deze stroom van reacties geen gehoor bij de Westerse beleidsmakers. Het Palestijns Centrum voor Mensenrechten concludeert verbitterd: "De hele wereld is gevallen voor de unilaterale politiek van IsraŽl in de Bezette Palestijnse Gebieden. Na de belegering en isolatie van President Arafat, versnelde IsraŽl zijn unilaterale politiek en stappen onder het voorwendsel dat er geen Palestijnse partner was. Dit omvatte de constructie van de annexatiemuur, uitbreiding van de nederzettingen en inbeslagname van Palestijnse grond. Na de dood van President Arafat in november 2004 en de daaropvolgende verkiezing van Mahmoud Abbas als President van de Palestijnse Nationale Autoriteit tijdens vrije en eerlijke verkiezingen in januari 2005, zette IsraŽl zijn unilaterale politiek onder dezelfde oude voorwendsels verder. Dat omvatte de uitvoering van het unilaterale disengagement van de Gazastrook en de voortschrijdende constructie van de annexatiemuur in de Westelijke Jordaanoever. De jongste wetgevende verkiezingen, gevolgd door de overwinning van Hamas en de vorming van een regering, vormden bijkomende voorwendsels om zijn unilaterale politiek verder te zetten en om onherroepbare feiten aan de grond te creŽren in de Bezette Palestijnse Gebieden. Het gevaar bestaat dat de wereld begonnen is met het overnemen van de IsraŽlische politiek; dus het zich afwenden van de zaak van het beŽindigen van de IsraŽlische bezetting en de acties tegen de Palestijnse burgerbevolking en van het verplichten van IsraŽl om het internationaal humanitair recht te respecteren naar collectieve bestraffing van het Palestijnse volk."

(Uitpers, nr. 75, 7de jg., mei 2006)


Noten

  1. zie de voor de verschillende verslagen die opgemaakt worden voor de Europese gedragscode wapenhandel op de site van de Europese Raad http://ue.eu.int/cms3_fo/showpage.asp?id=408&lang=nl&mode=g#exp4
  2. Mťdecins du Monde. Palestinian civilians, first victims of the escalation of violence and the withholding of direct financial aid, 17 april 2006 (zie: http://www.palestinemonitor.org/nueva_web/updates_news/pngo/MDM_aid_health.htm)
  3. Amnesty International. Israel and the Occupied Territories: Amnesty International calls for international action to prevent human rights deterioration in the West Bank and Gaza Strip. Public Statement, 25 april 2006
  4. Pierre KršhenbŁhl. Israel and the Palestinian territories. Persconferentie Internationale Rode Kruis, 11 april 2006 http://www.icrc.org/web/eng/siteeng0.nsf/html/israel-palestine-press-briefing-100406?opendocument
  5. ECHO. Assessment of the future Humanitarian Risks in the Occupied Palestinian territory. 11 april 2006
  6. Open brief aan de leden van het kwartet en de internationale donors
    Oxfam International, 10 april 2006 (http://www.oww.be/oww/pageview.aspx?pv_mid=4287 )
  7. Statement Regarding Foreign Funding to the Palestinian Authority. By: The Palestinian Non-Governmental Organizationsí Network (PNGO); General Union of Charitable Societies National Commission for NGOs; Civil Action Forum. Vertaling op: http://www.actieplatformpalestina.be/content/nieuws/nieuws_display_artikel.php?nieuws_ID=45
  8. Punishing the Victim. PCHR Position Paper on the Decision to Stop International Aid to the Palestinian National Authority. Palestinian Centre for Human Rights, position paper, april 2006

Mail dit artikel door naar uw vriend(en)Mail dit artikel door naar uw vriend(en)

Print dit artikelPrint dit artikel

Facebook

S N E L I N D E X

Uitpers nr. 75


Copyright (C) 1999 - 2020. All rights reserved. Voor overname artikels of informatie: Contacteer de redactie