Uitpers nummer 75

Loekasjenko is een schurk, maar niet de onze


door Freddy De Pauw

Alexander Grigorjevitsj Loekasjenko, president van Wit-Rusland (Belarus), is een autoritaire bewindvoerder die geen oppositie duldt en de pers muilkorft. Wit-Rusland heeft weinig democratische rechten, vrijheden en instellingen. Maar waarom zetten de VS en de EU Wit-Rusland stelselmatig op het lijstje van, naargelang de modes van het ogenblik, schurkenstaten of dictaturen? Is Loekasjenko zoveel dictatorialer dan bijv. Aliëv in Azerbeidzjan, Nazarbajev in Kazachstan of Niazov (Turkmenbashi, de vader van alle Turkmenen) in Turkmenistan?

Het regime van Loekasjenko wordt vaak omschreven als opgekalefaterd Sovjetbewind. Maar dat kan van veel andere ook worden gezegd. Wat is er dan zo specifiek aan "schurk" Loekasjenko die in maart voor een derde ambtstermijn werd herkozen, volgens de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa na frauduleuze verkiezingen?

Had Loekasjenko die fraude wel nodig? Hij controleert media en de meeste andere informatiekanalen – zoals zijn Russische collega Wladimir Poetin dat ook doet. Hij kan een redelijk gunstige economische balans voorleggen. En hij heeft een zeer zwakke heterogene oppositie tegenover zich.

Batka

Loekasjenko werd in 1994 in normale open verkiezingen een eerste keer tot president gekozen. Hij had een populistische campagne gevoerd, met wat nostalgie naar de zekerheden van de Sovjettijd. Maar hij haalde hoe dan ook meer dan 80% van de stemmen. De zege van "Batka" ("kleine vader") werd niet betwist.

Het jaar daarop kwamen volgens critici de autoritaire trekken al wel naar boven. Hij organiseerde enkele referenda die hij allemaal overtuigend won. Daarbij kreeg hij als president de macht het parlement te ontbinden, maar dat is een bevoegdheid die staatshoofden ook in veel andere landen hebben. Ook werd het Russisch naast het Witrussisch officiële taal, maar dat was nogal logisch daar het Russisch voor zeer veel Witrussen de eerste taal is.

Vanaf 1996 voerde hij wel een uitgesproken autoritair bewind. Kritische persorganen verloren de mogelijkheid om nog verdeeld te worden en er kwamen allerlei wetten die opiniedelicten invoerden. Een van die typische wetten: sinds begin dit jaar kan men veroordeeld worden voor het "discrediteren van de republiek", wat sterk doet denken aan de processen uit de Sovjettijd voor het belasteren van de Sovjet-Unie. Ook het verspreiden van valse inlichtingen aan buitenlandse instanties wordt strafbaar met zes maanden tot twee jaar opsluiting.

Balans

Loekasjenko pakt tegenover de bevolking echter uit met zijn "realisaties": de economie draait redelijk goed, er is nauwelijks werkloosheid, lonen en pensioenen worden op tijd betaald, kortom het land kent stabiliteit en welvaart. Dat is grotendeels te danken aan de lage energiefactuur. Want Rusland levert Wit-Rusland olie en aardgas tegen gunsttarieven, volgens het IMF een geschenk van 4 miljard dollar per jaar. Wit-Rusland verdient daarnaast ook goed aan royalty’s voor de transit van Russische olie en aardgas. Dat is hoe dan ook het goed recht van Moskou, het Westen doet niet anders.

De Westerse leiders nemen het Loekasjenko ook kwalijk dat er nog omvangrijke staatseigendommen zijn, dat er nauwelijks is geprivatiseerd. Wie niet privatiseert moet wel een dictator zijn. In de sectoren die dan wel zijn geprivatiseerd, is het bovendien vaak zo dat de staat tot 99% van de eigendom heeft. Daardoor zit Wit-Rusland niet zoals in Rusland, Oekraïne enz. met een uitgebreide klasse van oligarchen. Loekasjenko tracht zelfs de Russische oligarchen buiten te houden.

Oppositie en repressie

De oppositie tegen Loekasjenko is nogal heterogeen. Er zijn vrije vakbonden die zwaar onder druk staan, leden van vrije vakbonden worden sneller ontslaan. Er zijn diverse politieke bewegingen gaande van uiterst-rechts tot de Communistische Partij. Er is de jongerenbeweging Zubr (Bizon) die naar het voorbeeld van Otpor in Servië, Kmara in Georgië en Pora in Oekraïne een "volksopstand" wil op gang brengen, daarbij zoals de collega’s gesteund door Amerikaanse stichtingen en – meer en meer – Poolse kringen. Niet onbelangrijk, Wit-Rusland heeft een Poolse minderheid en een deel van Wit-Rusland was eeuwenlang onder Pools gezag. Polen, en in minder mate Litouwen, bieden gastvrijheid aan Witrussische oppositiegroepen.

Voor de presidentsverkiezingen van maart hadden diverse oppositiegroepen front gevormd rond de kandidatuur van Alexander Milinkevitsj, een partijloze die wel aanleunt bij het Witrussisch Volksfront, een rechtse nationalistische beweging. Milinkevitsj had als campagneleider Sjarheï Kaliakyn, een kopstuk van de Communistische Partij, wat meteen het zeer heterogene karakter van die alliantie illustreert. Bij dat oppositiefront zitten ook nog enkele andere nationalistische en liberale groepen.

Russen en Witrussen

Het Volksfront voert al twintig jaar, van het einde van het Sovjettijdperk, campagne om de Witrussische identiteit te beklemtonen. Er is wel een probleem, want die Witrussische identiteit is zeer vaag. Enkele leiders van dat Volksfront trachtten me er in het begin van de jaren 1990 van te overtuigen dat Wit-Rusland een grote aparte natie is en dat het Witrussische prinsen waren die aan het hoofd stonden van het grote Litouwse rijk. Maar in feite was de Witrussische adel erg verpoolst. Die leiders van het Volksfront beweerden ook dat de Litouwse hoofdstad Vilnius historisch gezien een Witrussische stad is.

Toen Wit-Rusland dan onder het gezag van de Russische tsaar kwam, ging de russificatie zeer snel. Het Witrussisch was bijna verdwenen bij de revolutie van 1917. In het begin van de Sovjettijd werd een politiek van "Bjelaroesizatsja" gevoerd, van Witrussificering. Er werd een officiële taal gecreëerd die via alfabetisering werd gepopulariseerd. Maar dat duurde niet lang. Na de Tweede Wereldoorlog werd er opnieuw een beleid van russificatie gevoerd waardoor het Witrussisch als onderwijs- en cultuurtaal marginaal werd.

Onder Gorbatsjov kwam er verandering in. In 1987 kwam er een ‘Staten-generaal’ waaraan dertig informele groepen deelnamen. Toen in 1988 een literair tijdschrift een artikel publiceerde over de tienduizenden Witrussen die tussen 1937 en 1941 in het woud van Koerapaty bij Minsk op bevel van Stalin waren omgebracht, kwam er een nieuwe schok. En ook de neerslag van de ramp in Tsjernobyl gaf veel Witrussen het gevoel dat ze meer zeg moesten hebben over het eigen lot.

Desondanks is er een eerder zwak nationaal bewustzijn. De meeste Witrussen spreken Russisch, ook in het dagelijks leven. Er is niet, zoals in Oekraïne, een afzonderlijke Witrussische Orthodoxe kerk. Er zijn ook weinig historische referenties om de Witrussische identiteit te bevestigen. Dat verklaart mee het gemak waarmee Loekasjenko de Rusland-kaart kan trekken, terwijl de zwakheid van die eigen identiteit een hinderpaal is voor die oppositie die Wit-Rusland westwaarts wil trekken.

Onze schurken

Loekasjenko staat ook door zijn buitenlands beleid bovenaan de zwarte lijsten van Washington en Brussel (EU). Aliëv voert in Azerbeidzjan een bewind dat zeker niet moet onderdoen voor dat van Loekasjenko. Idem voor de autoritaire president van Kazachstan, Nazarbajev. Om nog niet te spreken over de megalomane dictatoriale "vader van alle Turkmenen".

Maar Azerbeidzjan, Kazachstan en Turkmenistan hebben veel energierijkdommen, olie en aardgas. En zij stellen die rijkdommen bovendien open voor westers kapitaal, voor westerse oliemaatschappijen. Zij zijn schurken, maar wel "onze schurken".

(Uitpers, nr. 75, 7de jg., mei 2006)

Mail dit artikel door naar uw vriend(en)Mail dit artikel door naar uw vriend(en)

Print dit artikelPrint dit artikel

Facebook

S N E L I N D E X

Uitpers nr. 75


Copyright (C) 1999 - 2020. All rights reserved. Voor overname artikels of informatie: Contacteer de redactie